Jaarrekening

3. Baten en lasten per programma

Saldo van baten en lasten

De werkelijke baten wijken ongeveer € 2 miljoen af van de begroting. Dit wordt veroorzaakt door de werkelijk inkomsten die horen bij de opvang van vluchtelingen uit Oekraïne. De werkelijke uitgaven worden gecompenseerd door een specifieke uitkering van het rijk.

Programma 1. Samen doen
(bedragen x € 1.000)

Realisatie

Begroting na wijziging

Verschil

Lasten

55.530

55.079

-451

Baten

17.105

15.121

-1.984

Gerealiseerde totaal saldo van baten en lasten

38.425

39.957

1.533

Toevoeging/onttrekking aan reserves

50

201

150

Gerealiseerde totaal

38.374

39.757

1.382

Toevoeging of onttrekking aan reserves

Op een programma kan een saldo ontstaan door de restanten op de eenmalige budgetten die gepaard gaan met toevoegingen of onttrekking aan reserves. Dit betreft zowel af te sluiten en over te hevelen budgetten als budgetten waarop verlagingen zijn toegepast. Het saldo van de toevoeging/onttrekking aan reserves op dit programma ontstaat door het (de) volgende eenmalige budget(ten) en reservemutatie(s):

Eenmalige budgetten (bedragen x € 1.000)

Over te hevelen

Restant

Int. preventief gezondheidsbeleid

46

Onderzoek uitvoer IHP 2016-2022

21

Meerkosten Oekraïne sociaal domein / GGD

64

Alleenverdieners

20

151

Hieronder volgt het overzicht van de verschillende nadelen en voordelen op het programma die groter zijn dan € 20.000.

Voor een verdere toelichting op de over te hevelen bedragen wordt verwezen naar de bijlagen met betrekking tot de eenmalige budgetten.

Het onderdeel Sociaal domein wordt apart toegelicht.

Toelichtingen op de verschillen

Toelichting (bedragen x € 1.000)

Totaal

Lasten

Baten

Nadelig

Kwijtscheldingen gemeentelijke belastingen/heffingen

-28

-28

Sociaal domein - Wmo

-77

-77

Sociaal domein - Jeugd

-358

-358

Sociaal domein - Participatiewet, BUIG/Bbz en overig

-388

-388

Voordelig

Salarissen huidig personeel

532

532

Specifieke uitkering Spreidingswet

122

122

Sloopkosten CBS De Rank

160

160

Noodlokalen Esborg

42

42

Kapitaallasten

110

110

Uren

733

733

Diverse kleinere afwijkingen (< € 20.000)

685

685

Resultaat vóór correctie reservemutatie

1.533

1.411

122

Per saldo een voordelig resultaat van

1.382

Nadelig
Kwijtscheldingen gemeentelijke belastingen/heffingen (€ 28.000)
Er hebben meer huishoudens gebruik gemaakt van de mogelijkheid tot kwijtschelding dan in de voorgaande jaren.

Voordelig
Salarissen huidig personeel (€ 532.000)
Voor een verdere toelichting wordt verwezen naar de paragraaf Personele lasten.
Het aanzienlijke voordeel binnen het programma Samen doen wordt grotendeels gecompenseerd door afwijkingen in de salarislasten bij andere programma’s. Dit is het gevolg van wijzigingen in de verdeling van teams over de afdelingen.

Specifieke uitkering Spreidingswet (€ 122.000)
De inkomsten uit deze specifieke uitkering komen uit de eerste tranche van de Spreidingswet en is een zogenoemde 'bonusregeling' die gemeenten stimuleert om asielopvangplekken te realiseren. In Veenhuizen zijn 43 asielopvangplekken voor alleenstaande minderjarige vluchtelingen gerealiseerd. Doordat we hebben voldaan aan de opgave hebben we dit bedrag als bonus ontvangen.

Groot onderhoud gemeentelijke gebouwen (€ 73.000)
Het groot onderhoud van de gemeentelijke gebouwen is verspreid over alle programma's en is gebaseerd op het meerjaren onderhoudsplan (MJOP). Het MJOP is een beheerplan dat op individueel gebouwniveau wordt opgesteld. In de begroting is vanaf de 1e trimesterrapportage 2025 rekening gehouden met een onttrekking aan de reserve onderhoud gebouwen van € 425.000. In 2025 hebben wij onderhoudswerkzaamheden aan onze gemeentelijke gebouwen kunnen uitvoeren die in eerdere jaren waren uitgesteld. Desondanks is binnen de gehele begroting een voordeel van € 199.000 ontstaan. Dit betekent dat er € 226.000 is omtrokken aan de reserve onderhoud gebouwen.

Sloopkosten CBS De Rank (€ 160.000)
Naar verwachting zal sloop van de school in 2026 plaatsvinden.

Noodlokalen Esborg (€ 42.000)
Het restant van het budget is bedoeld huurkosten in 2026 en 2027. Bij deze jaarrekening wordt voorgesteld de middelen over te hevelen naar 2026.

Uren (€ 792.000)
Een voor- of nadelig saldo op doorbelaste arbeidsuren ontstaat onder meer door een groter personeelsbestand, grotere verlofsaldi en lager ziekteverzuim dan begroot. Bovendien ontstaan urenverschillen op programmaniveau doordat medewerkers gedurende het jaar op andere programma’s werkzaam kunnen zijn dan werd verwacht. Per saldo heffen de voordelen en nadelen op de uren elkaar op en resteert er geen verschil.

Sociaal domein
In onderstaand schema worden alle verschillen binnen het sociaal domein weergegeven. Onder het overzicht volgen de toelichtingen op de in de tabel genoemde onderdelen.

Sociaal domein
(x € 1.000)

Begroot na wijziging 2025

Realisatie 2025

Verschil 2025

Uitvoeringskosten Wmo

Algemene voorzieningen

876

814

62

Wmo Zorg in Natura (ZIN)

1.400

1.673

-273

Hulp bij het huishouden

3.100

3.126

-26

PGB HH

125

114

11

Begeleiding

1.680

1.670

10

PGB dagbesteding/begeleiding

380

355

25

Dagbesteding

1.030

1.005

25

Beschermd wonen

-1.388

-1.477

89

Totaal uitgaven Wmo

7.203

7.280

-77

Uitvoeringskosten Jeugd:

Algemene voorzieningen

740

843

-103

Sportstimulering-Beweegdorpen

171

174

-3

PGB Jeugdhulp

180

104

76

Jeugdhulp ambulant lokaal

7.860

8.540

-680

Jeugdhulp ambulant regionaal

6

1

5

Jeugdhulp ambulant landelijk

0

0

0

Jeugdhulp verblijf lokaal

2.070

1.946

124

Jeugdhulp verblijf regionaal

370

276

94

Jeugdhulp verblijf landelijk

151

139

12

Jeugdbescherming

420

469

-49

Jeugdreclassering

99

160

-61

Personele kosten Bestuursopdracht

437

210

227

Totaal uitgaven Jeugd

12.504

12.862

-358

Overig:

Personele kosten Wmo/Jeugd

3.468

3.387

81

Eigen bijdragen

-275

-285

10

Saldo BUIG/Bbz

0

504

-504

Saldo Re-integratie

633

696

-63

DVO's sociale werkvoorziening (SW)

3.448

3.360

88

Totaal overig

7.274

7.662

-388

Gerealiseerde totale saldo van baten en lasten

26.981

27.804

-823

Wmo (€ 77.000 nadelig)
De bijdrage voor Veilig Thuis Drenthe viel lager uit dan begroot. Het aantal woningaanpassingen is in 2025 gestegen in de gemeente Noordenveld. Daarnaast neemt de vraag voor huishoudelijke hulp toe. Het financieel effect daarvan is vooralsnog minimaal gezien de personeelstekorten bij de aanbieders. Op beschermd wonen was er in 2025 sprake van meer inkomsten dan begroot. De afwijking ten opzichte van de begroting is op de Wmo-onderdelen nog geen 1%.

Jeugd (€ 358.000 nadelig)
Het aandeel van de gemeente Noordenveld in de samenwerkingsverbanden Jeugdhulpregio Drenthe en NMD was hoger dan begroot. De kosten voor jeugdhulp zijn ook in de gemeente Noordenveld substantieel toegenomen in 2025. Het aantal jeugdigen dat een beroep doet op jeugdhulp is toegenomen en jeugdigen blijven langer in jeugdhulp. Daarnaast is er een toename van kosten als gevolg van wijzigingen in CAO’s die hoger liggen dan de gemeentelijke indexatie of door diensten die opnieuw aanbesteed zijn. De kosten van de 10 duurste jeugdigen in de gemeente Noordenveld zijn het afgelopen jaar daardoor ook fors gestegen. De instroom van een aantal jeugdigen met zware zorg heeft een groot financieel effect op een relatief kleine gemeente als Noordenveld. Door het niet of later kunnen vinden van de juiste professionals is niet het volledige begrote budget voor de bestuursopdracht in 2025 uitgegeven. De afwijking ten opzichte van begroot is op de jeugd-onderdelen circa 3%.

Overige kosten (€ 388.000 nadelig)
Personele kosten Wmo en Jeugd (€ 81.000 voordelig) 
Door het niet of later invullen van vacatures is niet al het begrote budget uitgegeven.

Eigen bijdragen (€ 10.000 voordelig)
De inkomsten eigen bijdragen voor individuele WMO voorzieningen vallen iets hoger uit dan begroot.

BUIG (€ 85.000 nadelig) 
Het verstrekken van bijstandsuitkeringen is een openeindregeling. Het aantal bijstandsontvangers is ongeveer gelijk gebleven aan dat van 31 december 2024. De hogere kosten worden verklaard door een verhoging van het minimumloon en het meer verstrekken van loonkostensubsidies om inwoners aan een betaalde baan te helpen.

Bbz (€ 103.000 nadelig) 
De betaling van het declaratiedeel van de rijksbijdrage aan het ministerie over 2025 heeft al plaatsgevonden. Echter de ontvangst van 2025 zal vermoedelijk pas in 2026 of zelfs in 2027 plaatsvinden. Dit deed zich ook voor in voorgaande jaren. In 2023 is een beschikking ontvangen voor de betaling van 2021, waardoor dit in 2023 is verwerkt. Dit resulteert in een voortdurende achterstand in de administratieve processen. Het is lastig in te schatten hoeveel investeringen nodig zijn in een jaar voor bedrijfskredieten. Het bedrag van € 100.000 was destijds een inschatting. Er is dit jaar niet geïnvesteerd in de bedrijfskredieten. Dit kan daarentegen volgend jaar weer anders zijn afhankelijk van wat nodig is voor de doelgroep. Dit is ook in meerdere jaren gebleken. In 2023 zijn er enkele ontvangsten geweest tegen finale kwijting, dat dit jaar en vorig jaar niet aan de orde is geweest. Het blijft een uitdaging de ontvangsten uit bedrijfskredieten in te schatten. Het is vooraf moeilijk te bepalen hoeveel zelfstandigen kunnen aflossen.

Debiteuren SOZA BUIG/Bbz (€ 316.000 nadelig)
Wanneer we binnen het sociaal domein spreken over debiteuren, hebben we het over mensen of ondernemers die een bedrag moeten terugbetalen aan de gemeente. Dit zijn vaak mensen of ondernemers die financieel kwetsbaar zijn. Het is voor veel mensen / ondernemers maar de vraag of zij daadwerkelijk aan de vorderingen kunnen voldoen. De voorziening voor de oninbare vorderingen is in 2025 opgehoogd op basis van het aantal openstaande vorderingen. Dit heeft een negatief resultaat tot gevolg.

Re-integratie (€ 63.000 nadelig) 
Er is meer ingezet op het begeleiden van uitkeringsgerechtigden, bijvoorbeeld op begeleiding op de werkvloer, scholingstrajecten en extra inspanningen voor bijstandsgerechtigden met een grotere afstand tot de arbeidsmarkt. Door deze extra inspanningen vergroten we de kans dat inwoners duurzaam kunnen participeren en uitstromen naar betaald werk. Dit levert op de lange termijn maatschappelijke én financiële winst op: minder afhankelijkheid van uitkeringen, meer zelfredzaamheid en een sterkere lokale arbeidsmarkt.

Sociale werkvoorziening (SW) (€ 88.000 voordelig) 
De kosten voor de sociale werkvoorziening (SW) zijn in 2025 conform begroting. Het incidenteel voordeel wat is ontstaan in 2025 is het resultaat van een voordelige afrekening die betrekking had op het boekjaar 2024.

Deze pagina is gebouwd op 06/15/2026 09:09:06 met de export van 06/15/2026 09:03:57