Paragrafen

4. Financiering

Om een grens te stellen aan kortlopende financiering is in de Wet Fido de kasgeldlimiet opgenomen. De kasgeldlimiet wordt bepaald door het begrotingstotaal bij aanvang van het dienstjaar te vermenigvuldigen met een bij ministeriële regeling vastgesteld percentage van 8,5%. De kasgeldlimiet (de ruimte voor korte financiering) was in het verslagjaar (8,5% van het begrotingstotaal van € 111.144.000) € 9.447.000. Bij overschrijding van de kasgeldlimiet moet een langlopende geldlening worden aangetrokken.

Kasgeldlimiet
(bedragen x € 1.000)

kwartaal 1

kwartaal 2

kwartaal 3

kwartaal 4

Omvang vlottende korte schuld (A)

6.291

8.513

7.626

6.186

Opgenomen gelden < 1 jaar

3.778

5.000

5.000

4.533

Schuld in rekening courant

2.513

3.513

2.626

1.654

Vlottende middelen (B)

179

263

197

164

Totaal netto vlottende schuld (A-B)

6.112

8.250

7.429

6.023

Toegestane kasgeldlimiet

9.447

9.447

9.447

9.447

Ruimte onder de kasgeldlimiet

3.335

1.197

2.018

3.425

Begrotingstotaal 2025 (C)

111.144

111.144

111.144

111.144

Percentageregeling (D)

8,5%

8,5%

8,5%

8,5%

Kasgeldlimiet (C x D)

9.447

9.447

9.447

9.447

In het verslagjaar is de kasgeldlimiet niet overschreden.

Deze pagina is gebouwd op 06/15/2026 09:09:06 met de export van 06/15/2026 09:03:57